Atlas Didn't Shrug

Het leven zou niet zwaar moeten voelen. Het leven is iets om… ja, te leven. Aan te gaan. Onderweg kan er van alles gebeuren, maar in de basis zou het bestaan toch meer moeten zijn dan een eindeloze strijd om overeind te blijven. En toch voelt dat niet altijd zo.

Laatst hoorde ik Bruce Lipton in de podcast van Darin Olien praten over Darwin en diens idee van de struggle for existence. Lipton zette daar een hoopvoller beeld tegenover: een leven dat niet in de eerste plaats draait om strijd en competitie, maar om omgeving, samenwerking en verbinding.

Daar zou ik graag in willen geloven. Maar als veganist kijk je naar een wereld waarin dat hoopvolle verhaal soms pijnlijk ver weg lijkt. Een wereld waarin dieren iedere dag proberen te bestaan binnen systemen die volledig door een andere soort zijn ingericht. Waarin hun vrijheid, hun lichamen en uiteindelijk hun levens ondergeschikt zijn gemaakt aan wat wij van hen verlangen. Dan wordt die struggle for existence ineens iets heel concreets.

Voor jezelf, als individu, betekent die keuze in zekere zin een bevrijding. Je hebt gezien wat er gebeurt, je hebt besloten daar niet langer aan mee te doen en vanaf dat moment hoef je in ieder geval niet meer iedere dag opnieuw met jezelf te onderhandelen over iets waarvan je eigenlijk allang weet dat het verkeerd is.

Er verandert wel iets. Alleen vindt die verandering in eerste instantie vooral bij jezelf plaats. Want dat jij niet langer meedoet, betekent niet dat de wereld om je heen plotseling met je meebeweegt. Zelf ben ik inmiddels zeven jaar veganist. En als ik heel eerlijk ben, heb ik in die zeven jaar weinig werkelijke verandering gezien in de manier waarop wij als samenleving met dieren omgaan. De machine draait grotendeels gewoon verder. Echt niets is echt veranderd.

En dat kan soms behoorlijk zwaar zijn. Laat ik er daarom ook maar niet omheen draaien: veganisme is een last om te dragen. Dat is gewoon wat het is.

Toen je ooit besloot niet langer mee te doen aan de systematische uitbuiting van dieren, koos je niet alleen voor ander eten, andere schoenen of een andere shampoo. Je nam iets op je schouders. Iets wat je vanaf dat moment iedere dag met je meedraagt. Want zolang je actief deelneemt aan een samenleving die niet veganistisch is, word je voortdurend geconfronteerd met wat voor ieder ander de norm is.

Dat iedere dag, overal om ons heen, miljoenen dieren gebukt gaan onder het juk van wat we de menselijke ‘beschaving’ noemen.

Iedere. Dag. Opnieuw.

En juist op de momenten dat het je even lukt dat besef naar de achtergrond te drukken, rijdt er een vrachtwagen voorbij die tot de nok gevuld is met kippen of varkens. Is er die barbecue op het werk waar de zomer wordt ingeluid met grote zwarte lappen dood dier die in de rook verdwijnen, terwijl een manager een paar meter verderop een speech staat te houden over verbinding. Zijn er de meterslange koelingen gevuld met ledematen in de supermarkt waar je langs moet om bij jouw plantaardige alternatief te komen. De paarden op het strand, bereden door tieners alsof een ander levend wezen vanzelfsprekend recreatiemateriaal is. De aangereden vogels langs de kant van de weg. De sociale media waarop iemand je voor de duizendste keer vertelt dat mensen nu eenmaal omnivoren zijn, dat veganisten sukkels zijn en dat hij vanavond speciaal voor jou een extra steak zal eten.

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Het is om moedeloos van te worden.

Misschien is het daarom ook helemaal niet zo vreemd dat zo weinig mensen deze keuze maken en er vooral aan vasthouden. Tegen de stroom in zwemmen en van de norm afwijken is op zichzelf niet zo bijzonder. De maatschappij wil jouw afwijking best accepteren. Zo tolerant is die norm wel. Ook voor de veganist is er inmiddels ruimte. Je mag je dieetwensen doorgeven, krijgt een plantaardig alternatief voorgeschoteld en mag vervolgens gewoon weer gezellig aanschuiven.

Maar veganisme gaat niet per definitie om geaccepteerd worden door de maatschappij; het gaat om het veranderen van die maatschappij. En in een maatschappij waarin concentratiekampen voor dieren de norm zijn, heb je het als veganist niet bepaald makkelijk.

En dan moet je sterk zijn. Heel sterk.

Want het moeilijke aan veganisme is uiteindelijk niet dat je geen kaas meer eet. Het moeilijke is dat je iedere dag moet leven tussen mensen die meestal helemaal geen slechte mensen zijn, maar ondertussen zonder veel nadenken deelnemen aan iets wat jij niet langer kunt aanzien. Dat je moet functioneren binnen een ‘beschaving’ waarvan je op één specifiek punt bent opgehouden het verhaal te geloven dat zij over zichzelf vertelt.

De last voor de veganist zit hem er niet in wat je moet missen, maar in wat je moet dragen.

Het besef. De verleiding. De frustratie. De eenzaamheid. En uiteindelijk ook de verantwoordelijkheid die ontstaat wanneer je eenmaal iets hebt gezien wat vrijwel iedereen om je heen nog probeert niet te zien. Dat vraagt iets van een mens. Dan moet je als individu erg sterk in je schoenen staan.

De lokroep van de norm

Laatst ben ik voor de tweede keer naar Christopher Nolans The Odyssey geweest. De eerste keer had ik hem niet in IMAX gezien en als er één regisseur is die je daar waarschijnlijk persoonlijk voor zou willen berispen, dan is het Nolan wel. Dus ging ik opnieuw. En net als de eerste keer was er één scène die mij meer raakte dan alle andere. De sirenen.

Odysseus en zijn mannen hebben op hun lange tocht naar huis dan al genoeg ellende doorstaan om een gemiddeld mensenleven ruimschoots mee te vullen. Maar een van de zwaarste beproevingen moet nog komen. Ergens op hun route bevinden zich de sirenen: mythische wezens wier gezang zo onweerstaanbaar is dat zeelieden die het horen alle rede verliezen. Ze worden naar hen toe getrokken, zelfs wanneer ze weten dat daar hun ondergang wacht.

Odysseus en de sirenen

De sirenen staan voor een ervaring die ieder mens kent: weten dat iets je schaadt en er toch naar verlangen. Het verstand dat nee zegt terwijl iets anders in ons ja schreeuwt. De sirenen dwingen Odysseus en zijn mannen daarom niet. Hun macht bestaat eruit dat ze ervoor zorgen dat je zelf naar hen toe wilt. Maar Odysseus zou Odysseus niet zijn als hij geen list had bedacht.

Hij laat zijn bemanning was in de oren stoppen. Zij hoeven het gezang niet te horen. Ze moeten roeien, vooruitkijken en vooral zo snel mogelijk voorbij die kust zien te komen. Maar voor zichzelf kiest Odysseus iets anders. Hij wil horen wat hij zijn mannen niet durft aan te doen. Dus laat hij als enige zijn oren vrij en beveelt hij zijn bemanning hem stevig aan de mast vast te binden. Het verhaal van Odysseus en de sirenen is zo oud en zo bekend dat je Homerus er niet eens voor gelezen hoeft te hebben. Iedereen kent ongeveer het beeld: de man aan de mast, de verleiding, het gevaar van luisteren. En toch weet Nolan er iets nieuws mee te doen. Iets typisch Nolan-achtigs. Hij draait de scène niet groter, maar juist stiller. Wij krijgen de sirenen namelijk evenmin te horen.

Zodra de oren van de bemanning worden afgesloten, wordt ook het publiek vrijwel doof gemaakt. Wij zitten als het ware naast hen in de boot. We zien de sirenen in de verte. We zien Odysseus aan de mast. We zien dat hij iets hoort wat wij niet kunnen horen. En we zien zijn gezicht. Pijn. Verlangen. Verdriet. Wanhoop.

Alles trekt over het door pijn vertrokken gezicht van Matt Damon. Odysseus kronkelt tegen de touwen die hem op zijn plaats houden. Hij wil weg en ernaartoe. Hij wil horen en niet horen. Wat de sirenen precies met hem doen, hoefde ik op dat moment eigenlijk niet eens te weten. Want terwijl ik daar in de bioscoop naar het door pijn vertrokken gezicht van Matt Damon keek, zag ik de veganist.

Want is dat niet wat er gebeurt wanneer je veganist wordt? De constante roep van de sirenen? En niet eventjes passerend op een schip onderweg naar je bestemming, maar overal en de hele tijd. Je besluit te kijken naar iets waar de meeste mensen liever niet naar kijken. Je kijkt naar de melkveehouderij en hoort de koe die roept om het kalf dat bij haar is weggehaald. Je kijkt naar beelden uit een slachthuis en hoort het gekrijs van varkens die vooruit worden gedreven naar hun eigen versie van Hades. Je ziet hoe kippen in kratten worden gepropt, hoe vissen spartelend stikken op het dek van een schip, hoe een dier zich probeert los te rukken terwijl een mens het lichaam vasthoudt omdat er geld mee verdiend moet worden.

En vanaf het moment dat je werkelijk hebt gekeken, kun je niet meer doen alsof je het niet hebt gezien. Ja, je kunt de was weer terug in je oren stoppen… wat veel mensen ook weer doen. Maar voor de veganist, de echte veganist, is dat geen optie. Die was gaat nooit meer terug in de oren. De bemanning van Odysseus kan het niet aan. De non-vegans kunnen het niet aan, maar de veganist wel. Die kan, net als Odysseus, dragen wat de meerderheid niet verdragen kan… laat staan dragen.

En daar houdt de vergelijking met Odysseus niet op. Want de veganist moet niet alleen bereid zijn te horen wat anderen liever niet horen. Hij moet tegelijkertijd weerstand bieden aan precies dezelfde wereld waarin iedereen leeft. Ook wij horen het lied van de sirenen. Schuif toch gewoon aan. Eén keer kan toch geen kwaad? Je bent met vakantie. Doe niet zo moeilijk. Er zit alleen een beetje melkpoeder in. Die vis is toch al gevangen. Je hebt die leren schoenen toch al gekocht. Je hoeft toch niet overal zo principieel over te doen? En kaas. Bij Zeus, kaas…je leven zonder kaas?!

De sirenen zijn niet verdwenen zodra je veganist werd. Je hebt jezelf alleen aan de mast gebonden…zonder eindbestemming. Zonder thuiskomst. Aan de ene kant moet je weigeren de was weer in je oren te stoppen. Je moet blijven kijken naar het kwaad dat zo zorgvuldig uit ons dagelijks leven is weggepoetst. Je moet het dier blijven zien waar de rest van de samenleving een product ziet. Maar tegelijkertijd moet je jezelf vastbinden tegen de lokroep van diezelfde samenleving. Je moet zien én weerstaan. Voelen én standhouden.

Midden in een wereld leven waarvan je op een fundamenteel punt hebt besloten niet langer mee te doen. Dat is een schier onmogelijke opdracht. En toch zijn er mensen die haar iedere dag opnieuw op zich nemen. Wat een last om te dragen.

Het gewicht van weten

We blijven nog even bij de Griekse mythen. Want als ik denk aan het dragen van een onmogelijk zware last, kom ik onvermijdelijk uit bij Atlas. Dat beeld ken je waarschijnlijk wel. Een gespierde man, gebogen onder het gewicht van het hemelgewelf die hij op zijn schouders draagt. 

Atlas draagt het hemelgewelf

Atlas was een Titaan. Toen de Titanen onder leiding van Kronos ten strijde trokken tegen Zeus en de andere Olympische goden, koos Atlas de kant van de Titanen. Ze verloren. Zeus werd heerser over de kosmos en voor Atlas had hij een bijzondere straf in gedachten: aan de uiterste rand van de wereld moest hij voortaan het hemelgewelf dragen en daarmee hemel en aarde voor eeuwig van elkaar gescheiden houden. Geen gevangenis waarvan ooit de deur weer opengaat. Geen straf waarvan de jaren langzaam worden afgeteld.

Gewoon: staan. En dragen. Voor altijd.

Je kunt Atlas daarom gemakkelijk zien als een tragische figuur en dat is hij natuurlijk ook. Hij is veroordeeld tot een taak die nooit voltooid kan worden (nogal een thema overigens in de Griekse mythologie). Er bestaat geen moment waarop Atlas tevreden achterover kan leunen, naar het resultaat van zijn arbeid kan kijken en kan zeggen: zo, dat zit erop. Zijn opdracht heeft geen eindpunt. Zijn succes bestaat er uitsluitend uit dat hij morgen opnieuw doet wat hij vandaag heeft gedaan. Hij kan de last letterlijk niet neerleggen, want precies op het moment dat hij dat doet, faalt hij in zijn taak.

Maar toch zie ik, wanneer ik aan Atlas denk, niet alleen een tragische figuur. Ik zie ook iets heroïsch. Ik zie iemand die verantwoordelijkheid draagt. Dan wel vanuit een straf… maar hij doet het wel. En je raadt het inmiddels waarschijnlijk al: ook in Atlas zie ik de veganist.

Ook de veganist neemt namelijk iets gigantisch op zijn schouders. Het dragen van de morele last van een wereld die vrijwel volledig gebouwd is op het gebruik van andere dieren. Iedere dag opnieuw maak je als veganist de keuze om die verantwoordelijkheid te dragen. En daarmee draag je iets wat de rest van de mensheid van zich af heeft georganiseerd.

Als veganist is er nooit een ochtend geweest waarop ik wakker werd met de mededeling dat het klaar was. Dat de laatste slachthuizen hun deuren hadden gesloten. Dat de laatste koe haar kalf mocht houden. Dat de laatste kip uit haar kooi was gehaald. Dat de mens eindelijk had besloten dat andere dieren niet langer grondstoffen, producten, amusement of gebruiksvoorwerpen waren. En waarschijnlijk komt die ochtend tijdens mijn leven helemaal niet. Wederom iets bijzonder zwaars om te accepteren.

Je kunt het juiste doen zonder ooit de wereld te zien waarin dat juiste de norm is geworden. Je kunt je hele leven veganist zijn, schrijven, praten, overtuigen, demonstreren, koken, alternatieven laten zien en mensen proberen mee te krijgen, om uiteindelijk te sterven in een wereld waarin ieder jaar nog altijd miljarden dieren worden gedood.

Het lot van de veganist lijkt daarmee verdacht veel op de gevangenschap van Atlas.

Wat voor zin heeft het dan eigenlijk, kun je jezelf afvragen? Je kunt ook gewoon stoppen met veganist zijn. Je kunt weer een pizza salami bestellen, kaas op je brood leggen en leren schoenen kopen. Niemand heeft je letterlijk aan een rots geketend. Je kunt afstand nemen. Van de beweging. Van het woord. Van alles wat eraan vastzit. Je kunt besluiten dat je het niet meer wilt dragen. Maar je kunt de was wel weer in je oren proberen te stoppen, het lied heb je al gehoord. En dus draag je.

Want jij kúnt dat. Net zoals Odysseus kan dragen wat zijn bemanning niet kan verdragen. Net zoals Atlas blijft staan onder een gewicht waaronder ieder ander allang zou zijn bezweken. Je draagt de frustratie van een wereld die niet snel genoeg verandert. Je draagt de dieren die je niet kunt redden. Je draagt gesprekken waarin niemand lijkt te begrijpen waarom dit voor jou zo fundamenteel is. Je draagt de wetenschap dat jouw individuele keuzes op zichzelf die enorme machine niet tot stilstand brengen.

En toch leg je de last niet neer. Want iemand moet haar dragen. Wat gebeurt er wanneer Atlas besluit dat hij er klaar mee is? Wanneer hij zijn schouders laat zakken en zegt: zoek het maar uit? Dan stort de hele boel in. Dat is de verantwoordelijkheid die hij draagt.

En ergens is dat ook de verantwoordelijkheid die wij als veganisten dragen. Niet omdat de wereld onmiddellijk instort wanneer één veganist ermee stopt. Niet omdat alles van jou afhangt. Maar wel omdat iedere keer dat iemand besluit de last neer te leggen, er één paar schouders minder overblijft om haar te dragen.

Verantwoordelijkheid ontstaat niet pas wanneer je zeker weet dat je zult winnen. Verantwoordelijkheid ontstaat wanneer je ziet dat iets verkeerd is en begrijpt dat je iets kunt doen. Atlas draagt omdat hij niet anders kan. De veganist draagt omdat hij niet anders wil.

Dit is de keuze die je als veganist maakt: je neemt verantwoordelijkheid voor een stukje van een wereld die je niet alleen kunt veranderen, voor slachtoffers die je nooit allemaal zult kunnen redden en voor een taak waarvan je vrijwel zeker weet dat je het einde niet zult meemaken. Je weet dat. Je kijkt omhoog. Je zet je schouders eronder. En je draagt…

Samen naar Ithaka

Uiteindelijk verliest Odysseus zijn volledige bemanning. Na alles wat ze dan al hebben doorstaan, stranden ze op het eiland Thrinacia, waar de heilige runderen van de zonnegod rondlopen. Odysseus waarschuwt zijn mannen: blijf van die dieren af. Maar de mannen hebben honger. Odysseus niet meegerekend besluiten ze de runderen toch te doden en op te eten. Het wordt hun laatste maaltijd. Wanneer ze weer uitvaren, wordt hun schip vernietigd. Iedereen sterft, behalve Odysseus. Helemaal alleen spoelt hij uiteindelijk aan op Ogygia, het eiland van Kalypso. En daar blijft hij.

Na alle monsters, doden, verkeerde keuzes, verloren vrienden en tegenslagen lijkt zelfs Odysseus er wel een beetje klaar mee. Nolan maakt van dat eiland een plek waar hij niet alleen fysiek vastzit, maar waar hij zich ook kan terugtrekken uit alles wat daarvoor is gebeurd. Kalypso geeft hem lotus, waardoor zijn herinneringen vervagen. Even niet meer terug. Even niet meer verder. Even gewoon helemaal niks.

Ik snap dat eigenlijk wel. Want bij Zeus, wat kan een mens veel dragen.

De afgelopen zomer heb ik niet alleen twee keer naar Nolans The Odyssey zitten kijken, maar ook naar een veganistische gemeenschap waarin het soms leek alsof er geen dag voorbijging zonder nieuw gedoe.

Gaz Oakley, jarenlang een van de bekendste vegan chefs ter wereld, noemt zichzelf inmiddels geen veganist meer. Hij verruilde het stedelijke leven voor een bestaan waarin lokaal eten, zelfvoorzienend leven, natuurlijke materialen en leven van het land steeds belangrijker werden. Tweedehands leer en wol kwamen terug. Honing werd weer gebruikt. En inmiddels staat hij zelfs open voor het eten van dieren die hij als invasieve soorten beschouwt, zoals rivierkreeft, hert of duif.

Konijnenvoer. Jarenlang een van de bekendste volledig plantaardige restaurants van Nederland en het bewijs dat je ook op hoog culinair niveau helemaal geen dieren nodig hebt. Tot afgelopen zomer opeens ei en honing op de kaart verschenen. Niet omdat ze plantaardig koken niet meer kunnen, maar omdat de chef zijn idee over “duurzaamheid” opnieuw is gaan bekijken en lokale eieren en honing daar inmiddels wel in vindt passen.

En dan was er nog Vegan Camp Out….zucht…juist de plek waar duizenden veganisten bij elkaar zouden moeten komen rond dat ene wat ons verbindt. Tot er een afbeelding verscheen met de vlaggen van de 48 landen waar bezoekers vandaan kwamen. Daar stond ook een Israëlische vlag tussen. En voor je het wist ging het niet meer over dieren, maar over Israël, Palestina, boycots, beschuldigingen, verwijderde reacties, vermeende screenshots waarvan er vervolgens ook weer eentje gemanipuleerd bleek te zijn. Kampen binnen kampen binnen kampen.

Waar zijn we in hemelsnaam mee bezig?

We discussiëren over de definitie van veganisme. Over welfaristen en abolitionisten. Over pragmatisme vs principiële zuiverheid. Over de vraag of veganisme wel of geen dieet is. Of we überhaupt over gezondheid moeten praten. Of juist niet. Welke vorm van activisme de enige juiste is. Wie zich überhaupt veganist mag noemen.

Bij Zeus, mensen. Alsof de last die we dragen nog niet zwaar genoeg is.

En even voor de goede orde: wij veganisten zijn ook gewoon mensen. Niet beter. Niet sterker. Niet gemaakt van een of ander bijzonder materiaal waardoor alles vanzelf van onze schouders afglijdt.

Ook de veganist heeft gewoon een hypotheek of huur die iedere maand betaald moet worden. KPI's op het werk. Een overvolle agenda. Reistijd. Boodschappen. Een belastingaangifte. Een lekkende kraan. Ouders die ouder worden. Kinderen die aandacht nodig hebben. Dieren die verzorgd moeten worden. Relaties die onderhoud vragen. Een lichaam dat gezond moet blijven en een hoofd dat af en toe dringend verzoekt om met rust gelaten te worden.

En daar bovenop leggen we dan die last waar dit hele stuk over gaat. Het dier. De vrachtwagen. Het slachthuis. De sirenen die maar blijven roepen. Het hemelgewelf van Atlas dat nooit even op een tafeltje kan worden gelegd omdat je schouders pijn doen. Het leven zou geen struggle for existence moeten zijn. Maar zo maken we het onszelf wel een beetje, hè?

Zelf heb ik afgelopen zomer behoorlijk gevoeld wat er gebeurt wanneer je probeert alle verantwoordelijkheden die het leven van je verlangt tegelijkertijd te dragen. Je kunt lang denken dat er nog wel iets bij kan. En meestal kan dat ook. Nog eentje. Kom maar. Die kan er ook nog wel bij. Tot iemand nóg een gewicht op de stapel legt en je ontdekt dat zelfs de sterkste rug ergens een grens heeft. Op een gegeven moment ga je door je knieën. En misschien ziet dat er voor iedereen anders uit.

Misschien ben je die straatactivist die na honderd gesprekken met mensen die het maar niet lijken te willen begrijpen uiteindelijk tegen iemand schreeuwt dat hij disgusting is. Misschien schrijf je een bericht, krijg je er zoveel gezeik overheen dat je denkt: weet je wat, laat ook maar…en verwijder je het weer. Misschien stop je met jezelf veganist noemen omdat je helemaal klaar bent met wat andere veganisten van je vinden. Misschien mijd je die barbecue op het werk maar gewoon, omdat je één avond geen zin hebt om uit te leggen waarom er bij jou iets anders op het rooster ligt. Misschien trek je jezelf even helemaal terug. Ogygia. Even geen strijd.

Ik ben vaker dan ik zou willen door mijn knieën gegaan. En iedere keer heb ik tijd nodig gehad om weer omhoog te komen. Om dan toch maar een andere Nolan-film te citeren: Why do we fall? So we can learn to pick ourselves up. En iedere keer lukt dat uiteindelijk weer. Omhoog. Schouders eronder. Opnieuw. Als die steen van Sisyphus uiteindelijk weer onvermijdelijk naar beneden rolt, loop ik gewoon weer achter dat kloteding aan om opnieuw te beginnen.

Ik kan dat. Maar zwaar is het soms wel. En wat een tijdverspilling ook vooral. Toch?

En als de veganistische last op zichzelf al zo groot is, waarom zouden we hem dan onnodig nóg groter maken? Stel je eens voor dat we iets lichter konden dragen. Niet omdat we minder om dieren geven, maar juist omdat we daardoor meer overhouden om voor ze te vechten.

Dat lijk we soms een beetje te vergeten. Dat dit uiteindelijk een strijd is die we voeren. En dat die strijd een bestemming heeft. Een weg naar huis.

We kunnen onze Odyssey zo lang maken als we zelf willen. We kunnen op Ogygia blijven zitten. Ons terugtrekken uit de wereld. Thuis veganist zijn, boodschappen doen, ons plantaardige eten koken en verder vooral proberen niet meer te kijken naar wat daarbuiten gebeurt.

Niemand zal je tegenhouden. Maar Ithaka ligt daar niet. De eindbestemming ligt in een wereld waarin geen dier meer hoeft te lijden onder het juk van wat wij normaal zijn gaan vinden. Een wereld waarin veganisme niet meer nodig is omdat het idee dat dieren er zijn om door mensen gebruikt te worden simpelweg verdwenen is.

Odysseus moest zijn reis uiteindelijk alleen afmaken. Atlas staat in zijn eentje onder het hemelgewelf. Sisyphus duwt in zijn eentje die verdomde steen de berg op. Maar wij staan niet alleen.

Als we uitgaan van de meest genoemde schatting van ongeveer één procent van de wereldbevolking die veganist is, dan hebben we het over ongeveer 80 miljoen veganisten wereldwijd. Tachtig miljoen.

Tachtig miljoen mensen die, net als jij, op een bepaald moment besloten dat ze niet langer mee wilden doen.

Mensen die allemaal die sirenen hebben gehoord. Mensen die allemaal naar boven hebben gekeken en hebben besloten een stukje van het gewicht te dragen. Waarom zouden we het elkaar dan moeilijker maken? Waarom zouden we, wanneer iemand een fout maakt, niet eerst proberen te begrijpen wat er gebeurde? Waarom zouden we, wanneer iemand niet precies de juiste woorden gebruikt, niet gewoon het gesprek aangaan? Waarom zouden we elkaar afschrijven zodra iemand een andere strategie kiest, een misstap maakt of even door zijn knieën gaat? We hoeven niet overal hetzelfde over te denken.

Sterker nog, dat gaan we nooit doen.

Ik raak mijn kritische ik ook niet kwijt. Dat wil ik ook niet, dat is mijn superkracht. Ik blijf scherp waar ik vind dat scherpte nodig is. Ik blijf zeggen wanneer ik denk dat we de verkeerde kant opgaan. Ik blijf me bemoeien met dingen waar waarschijnlijk niemand mij om gevraagd heeft. Maar ik wil wel vaker proberen eerst te begrijpen. Meer vanuit empathie naar de ander kijken. Kritisch zijn zonder meteen af te breken. Scherp zijn en tegelijkertijd proberen iets overeind te houden.

Want uiteindelijk wil ik maar één ding. Vooruit. Ik zal mezelf altijd en overal een trotse veganist blijven noemen. Omdat veganisme voor mij het beginpunt is.

Ik heb de sirenen gehoord. Ik ben aan de mast gebonden geweest. Ik heb op het eiland gezeten. Soms langer dan goed voor me was. Ik heb de draaikolk overleefd en ben langs genoeg rotsen gevaren waar carnivoren vanaf de kant hun comments naar beneden spuwen. Ik hoef daar niet meer te blijven hangen. Ik wil naar huis. Ik wil de eindbestemming bereiken waarvoor we ooit aan deze reis begonnen zijn. En misschien maak ik die reis niet af. Misschien blijft mijn steen terugrollen. Misschien draag ik deze last inderdaad tot mijn dood.

Maar ik hoef hem niet alleen te dragen. Dat hoef jij ook niet. Tachtig miljoen mensen….

De last die wij veganisten dragen is zwaar, maar kan een stuk lichter worden als we ons realiseren hoe sterk we staan wanneer we samenkomen. Wanneer we ons verenigen.

Wees trots veganist. Draag wat gedragen moet worden. Help een ander overeind wanneer die even door zijn knieën gaat. En laten we in zeusnaam samen dezelfde kant op blijven lopen. Laten we van het eiland afkomen en aan de slag gaan. De strijd aangaan met degenen die onze eindbestemming in de weg staan.

Misschien komt onze Odyssey dan ooit ten einde.

Volgende
Volgende

De Logica van de Paardebloem