De Logica van de Paardebloem
Vorige week zag ik ze ineens overal opduiken: gele stippen die zich zonder aankondiging door het gras heen drongen, langs de randen van de weg verschenen en zelfs mijn eigen tuin langzaam begonnen over te nemen. De paardenbloem.
Waar je nu ook kijkt, ze zijn er. Felgeel, bijna brutaal aanwezig, alsof ze niet zomaar onderdeel zijn van het landschap, maar het landschap zelf even naar hun hand zetten…de lente niet alleen aankondigend, maar afdwingend. Ze maken vrolijk; dat deden ze altijd al, maar nooit eerder stond ik daar werkelijk bij stil. Het was een reactie die zich ergens onder de oppervlakte afspeelde, een vorm van achtergrondgeluk waar ik geen woorden aan gaf, laat staan aan dacht. Ik nam ze voor lief, zoals je zoveel dingen voor lief neemt die er simpelweg altijd lijken te zijn, tot ik vorige week in de tuin mijn ochtendrondje deed.
Het was vroeg in de ochtend, eruit om naar kantoor te gaan, maar niet voordat ik nog even een rondje maakte door de tuin, een kort moment om te aarden voordat ik weer de vluchtigheid van de dag in stap. De wereld was nog stil, de lucht droeg die scherpe ochtendlucht die je even wakker snijdt, en het licht hing aarzelend boven de grond, alsof het zelf nog moest besluiten of het de dag wel wilde beginnen.
En daar zag ik iets wat me eerder nooit echt was opgevallen: de gele bloemen die de dag ervoor nog open en vol in het veld stonden, leken verdwenen. Niet weg, maar gesloten. Teruggetrokken in zichzelf, alsof ze wisten dat het nog geen tijd was om zich te laten zien. Pas wanneer de zon zich aandient, openen ze zich weer…dat besefte ik me daar, half in beweging, half in verwondering. Alsof ze reageren op een ritme dat dieper ligt dan alles wat wij proberen te vangen in schema’s, agenda’s en klokken.
De realiteit die we wegklikken
Diezelfde dag, de verwondering voor de paardenbloemen alweer allang achter mij gelaten, ergens tussen twee overleggen door, keek ik vluchtig op mijn telefoon. Een bericht van Bart. Een foto van een bebloed varken. Geen context, maar die was ook niet nodig. Het was onmiddellijk duidelijk.
Foto: Bart Staassen
Het besef drong zich weer op dat het die ene maandag is waarop activisten aanwezig zijn bij de pigsave in Boxtel. Iedere twee maanden staat Bart daar. Iedere twee maanden dezelfde plek, dezelfde vrachtwagens, dezelfde blikken in de ogen van dieren die nergens meer heen kunnen. En iedere twee maanden ook bij mij datzelfde moment van bewustzijn, dat korte maar scherpe besef: dit is geen uitzondering, dit is de realiteit waarin we leven.
Ik leg mijn telefoon weg en stap de volgende vergadering in, iets over urenregistratie. Het bebloede varken parkeer ik even, want ik moet door.
Later, thuis, open ik zijn bericht opnieuw. Ik kijk er vluchtig naar, deel de post via mijn stories en repost het…een handeling die inmiddels bijna automatisch voelt. Daarna sluit ik mijn telefoon weer, leg hem weg en probeer te onthaasten, tot rust te komen, me voor te bereiden op morgen, zodat ik weer fris en fit genoeg ben om naar kantoor te gaan.
Ik snap het…niet
Ik begin de dag wederom met een rondje door de tuin. Ik glimlach om het feit dat de paardenbloemen zich opnieuw hebben teruggetrokken, en dat ik dat nu herken. Ik voel me onderdeel van iets dat klopt, iets dat logisch is. Ik snap het.
Op de snelweg richting Den Bosch rijd ik op de linkerbaan. In mijn hoofd bereid ik mijn dag voor, die volgepland staat met vergaderingen. Ik oefen alvast voor een afspraak om 9:00, wil voorbereid zijn. Terwijl ik met mezelf in gesprek ben, zie ik een meter of vijftig verderop, op de rechterbaan, een vrachtwagen die ik herken.
Mijn hart maakt een sprongetje. Dat ongemakkelijke gevoel dat ik altijd heb wanneer ik dit op de weg tegenkom, maakt zich langzaam van mij meester. Ik moet erlangs. Een deel van mij wil naar links kijken, wegkijken… maar ik dwing mezelf naar rechts te kijken.
Ik zie twee rijen roze lichamen, dicht op elkaar gedrukt, staand, zichzelf verdrukkend, wachtend, achterin de wagen.
Ik haal de vrachtwagen in, rijd ervoor en sluit aan in de file. Achter mij komt ook de vrachtwagen met tweehonderd individuen tot stilstand, samen met mij ingevoegd in het systeem dat wij mensen hebben gecreëerd. De voorbereiding op de werkdag verstomt. De realiteit van deze wereld komt weer binnen als een stomp in de maag.
Ik rijd door, want ik moet wel. Ik kan niets doen. Ook vandaag weer tienduizenden varkens die, zonder enig besef, na een kort, pijnlijk en liefdeloos leven worden vergast, gedood, in stukken gesneden en verpakt. En ik maak mij druk om een meeting later op de ochtend.
Waar woede zich meestal van mij meester maakt, is het nu vooral verdriet, wanhoop en onbegrip. Ik voel me onderdeel van iets dat niet klopt, iets dat onlogisch is. Ik snap het niet.
Praten over woorden
De emoties verdwijnen naarmate de dag vordert. Ik word geleefd door vergaderingen, tot het moment dat ik weer in de auto stap om naar huis te gaan. De varkens ben ik niet vergeten. Het besef dat de tweehonderd individuen die ik vanochtend inhaalde inmiddels zijn gedood en in stukken gesneden, dringt zich op. Het verdriet heeft plaatsgemaakt voor iets anders: de overtuiging dat niets in onze geconstrueerde maatschappij er werkelijk toe doet, dat mijn dag vol vergaderingen er niet toe doet, terwijl juist wat er met die varkens gebeurt er alles toe zou moeten doen.
Wij, mensen die onderdeel zijn van wat wij een samenleving noemen, snappen werkelijk niets van het leven, maar dan ook echt helemaal niets. En toch doen we alsof we het begrijpen. We hechten waarde aan constructen als ‘de rechtsstaat’ en ‘democratie’, alsof ze ons moreel kompas vormen, terwijl ze ons tegelijkertijd niet beschermen tegen het meest systematische geweld dat we dagelijks organiseren.
Terugrijdend naar huis denk ik aan een Instagram-reel die eerder in mijn algoritme voorbij kwam. Een vegan influencer, activist, of hoe je het ook wilt noemen, die reageert op een andere vegan influencer. Het onderwerp: moeten we het woord ‘exploitation’ gebruiken of ‘abuse’? Terwijl miljoenen dieren naar hun dood worden geleid, discussiëren wij over welk woord dat het beste beschrijft.
Een andere clip, die ik eerder zag, dringt zich op terwijl het Brabantse landschap zich langs mij ontvouwt, met hier en daar een enkele koe in de wei. Een vegan activist reageert op Dr. Jack Symes, die in een debat met twintig vleeseters bij Jubilee stelt dat veganisme draait om het reduceren van leed. En dat klopt natuurlijk niet zegt de influencer. Hij is boos, woedend zelfs, dat Dr. Jack het veganisme compleet verkeerd interpreteert.
Ik besluit een podcast aan te zetten van diezelfde Dr Jack Symes: in gesprek met Peter Singer, de man wiens boek Animal Liberation mij destijds direct tot veganisme bracht. Ik hoor hem spreken over effectief altruïsme, over ethiek en moraal, over waarom we vanuit ethische overwegingen leed moeten verkleinen en voorkomen, want dat is ons doel in het leven zo zegt hij.
Na een paar minuten zet ik de podcast uit. Opnieuw voel ik me onderdeel van iets dat niet klopt, iets dat onlogisch is. Ik snap het niet...meer.
Een witte pluizenbol
Het is mijn vrije dag. Mijn hoofd loopt nog enigszins over van beelden en momenten van de afgelopen dagen, en daarom besluit ik een stukje te gaan hardlopen. Na anderhalve kilometer valt mijn blik op eindeloze rijen paardenbloemen in de berm langs de rand van de verharde weg waarop ik loop. Hier en daar is een bloem al veranderd in een witte pluizenbol, zo eentje die je als kind plukte en met veel plezier leegblies, onbedoeld en onbewust de plant een handje helpend in haar voortbestaan.
Het verwondert me hoe snel dat gaat. In misschien vijf dagen tijd verandert een gele, zon minnende bloem in een fragiele bol van zaadjes, klaar om zich te laten meevoeren door de wind. Wat eerst kleur en nectar was, wordt nu verspreiding en voortzetting. Geen einde, maar een overgang.
Wanneer je de tijd neemt om werkelijk te zien hoe iets groeit en bloeit, begint er iets op te vallen. Dan worden de cycli van de seizoenen geen abstracte begrippen meer, maar logische processen. Geen geconstrueerde systemen, maar vanzelfsprekende bewegingen. De paardenbloem bloeit, trekt insecten aan, vormt zaad en laat zich daarna los, zodat het ergens anders opnieuw kan beginnen. Leven en dood zijn geen tegenpolen, maar schakels in één doorgaande beweging. Wat sterft, voedt. Wat valt, wordt opgenomen. Wat verdwijnt, keert terug in een andere vorm.
Ik denk aan mijn eigen paprika- en tomatenplantjes. In februari begon ik met voorzaaien op de vensterbank, de natuur een klein beetje vooruit duwend. En nu, weken later, zie ik hoe uit een minuscuul zaadje, met niets meer dan aarde, water, licht en warmte, een plant ontstaat die elke dag voller en sterker wordt. Hoe langer ik ernaar kijk, hoe minder mysterieus het wordt en tegelijk hoe indrukwekkender. Het is logisch dat er straks tomaten en paprika’s aan groeien. Logisch dat de plant haar energie steekt in vruchtvorming, in het verspreiden van zaden, in het voeden van wat komt. Logisch dat ik mijzelf daar straks mee ga voeden.
En dan denk ik aan de varkens.
Aan de cycli die wij hen opleggen. Aan het geforceerde ritme van inseminatie, opsluiting, groei en dood. Niets daarin voelt logisch. Niets voelt natuurlijk. Het is een systeem dat zichzelf in stand houdt, maar nergens werkelijk aansluit op het leven zelf. En hoe langer ik kijk naar hoe het leven buiten dat systeem werkt, hoe een paardenbloem zich ontvouwt, hoe een zaadje een plant wordt, hoe duidelijker het contrast wordt.
En hoe vreemder het voelt dat wij daar vervolgens over gaan debatteren.
Begrijpen door te ervaren
De afgelopen dagen merkte ik iets op wat me eerder ontging. Ik begon de paardenbloem te begrijpen. Niet omdat ik erover had gelezen. Niet omdat iemand het me had uitgelegd. Maar omdat ik de tijd nam om te kijken. Om stil te staan en aanwezig te zijn.
En ergens in dat vertragen werd iets vanzelf duidelijk. De manier waarop ze zich openen en sluiten. Hoe ze verdwijnen en terugkomen. Hoe ze onderdeel zijn van een cyclus die geen uitleg nodig heeft. Ik begreep het door het simpelweg te ervaren.
En dat zette me aan het denken. Als dat is hoe begrijpen werkt… door te zien, te ervaren, te vertragen… wat zijn we dan eigenlijk in hemelsnaam aan het doen met al die gesprekken, al die argumenten, al die pogingen om elkaar te overtuigen?
Het gros van de mensen is geen puur logisch, redenerend wezen. Met argumenten iemand proberen te overtuigen van een andere manier van leven is als iemand een landschap proberen uit te leggen dat hij nooit zelf heeft gezien.
Je kunt het beschrijven. Je kunt het onderbouwen. Maar pas wanneer iemand er zelf doorheen loopt, ontstaat er begrip.
En misschien werkt dat op meer vlakken zo. Begrijpen we pas wat voedsel is, wanneer we zien hoe het groeit. Wanneer we een plant verzorgen, haar zien ontwikkelen, haar vruchten zien dragen. Begrijpen we pas dat broccoli iets is om te eten, omdat we zien waar het vandaan komt. Omdat we het herkennen als iets dat voedt.
En misschien begrijpen we juist dat een kip níet iets is om te eten, wanneer we haar ontmoeten. Wanneer we haar zien bewegen, reageren, contact maken. Wanneer we ervaren dat daar iets tegenover ons staat… niet iets, maar iemand.
Dat zijn geen argumenten. Dat is ervaring. Dus wat als we het anders proberen?cWat als we niet beginnen bij het overtuigen van de ander, maar bij het begrijpen van de ander?
Wat maakt dat iemand gelooft dat hij dierlijke producten nodig heeft? Wat zit daaronder? Gewoonte? Opvoeding? Verwarring? Een zoektocht naar houvast?
Kijk naar het carnivoordieet. Iets wat, als je er rationeel naar kijkt, moeilijk te verdedigen is en toch lijkt het niet weg te gaan. Waarom? Waarschijnlijk omdat er onder die keuze een behoefte zit. Een verlangen om te begrijpen hoe je zou moeten leven. Om grip te krijgen op iets wat we zijn kwijtgeraakt.
En als dat zo is, dan schieten we misschien tekort door alleen maar tegenargumenten te bieden. We moeten niet in gesprek gaan om te winnen. Maar om te begrijpen. Verandering ligt niet bij het corrigeren van de ander, maar bij het samen opnieuw leren kijken.
Naar een dier. Naar een plant. Naar hoe leven zich ontvouwt, zonder dat wij het sturen.
Daar ligt een fundament dat dieper gaat dan ethiek, gezondheid of duurzaamheid.
Een simpelere, maar moeilijkere vraag: Hoe moeten we eigenlijk leven?
Dat antwoord vinden we niet in een debat. Maar misschien wel in iets dat er al die tijd al was, maar nooit echt opviel. Een paardenbloem, bijvoorbeeld.