Bram, eindelijk geen probleem meer

Beste Bram,

Een jaar of drie was je toen wij besloten dat je dood moest. Je liep een peuter omver, beet een vrouw en verwondde een rennend jongetje. Niet zonder reden dood dus, niet voor niets noemden we je probleemwolf Bram. Tja, en wat doe je met een probleem? Kijk of je zo snel mogelijk dood kan. Gelukkig gelden voor dieren andere regels dan voor mensen, dus konden we je ondanks de bezwaren van die vervelende dierenrechtenorganisaties toch vrij snel kapotschieten.

Leuk kwam je niet aan je einde, maar een makkelijke start had je ook niet, Bram. Op jonge leeftijd werd eerst je moeder doodgereden, daarna je partner en zocht je bij honden naar gezelschap. Maar dat er iets mis met je was, dat wisten we gelukkig wel snel te concluderen via je DNA.

Je bent zelf ook nog aangereden. Even buiten bewustzijn op het asfalt, daarna krabbelde je overeind en liep je verder. Na je dood vonden we oude breuken in je nek die je ruggenmerg samendrukten. Lijkt me niet dat je daar een vrolijkere wolf van werd. Je had inmiddels best wat redenen om op afstand van de mens te blijven. Dat je dat onvoldoende bleef, namen we je bijzonder kwalijk.

We dachten dat je een solitaire jager was. Bleek je ook nog gewoon eens vader te zijn. Een partner, welpen. Tja, dat had je ons ook wel gewoon eerder mogen laten weten, Bram. Nu moesten we onze stukken aanpassen voordat we je kapotschoten. Je kinderen zijn overigens meegewogen. Maak je daar geen zorgen over. Er is iemand geweest die heeft opgeschreven waarom jij toch dood kon. We schoten je wel wat later dood dan eigenlijk mocht.

Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden kregen achteraf gelijk over het tijdstip: we hadden je buiten de vergunde uren doodgeschoten. Een ‘lichte overtreding’, volgens de provincie. Jij dood, zij een administratief verbeterpunt.

Maar ja. Dat beest. Dat beest.

Wat hebben we over je gepraat. Je had geen flauw benul, maar je ben goed gebruikt door politieke zwaargewichten. Voor de BBB was je een godsgeschenk. Eindelijk kon de partij van de bio-industrie zich druk maken over dode schapen zonder dat iemand voorstelde ermee te stoppen.

Jij stond symbool voor al je soortgenoten die vraten aan hun dieren, Bram. Hún dieren. Die al een bestemming hadden. Daar kwam gewoon een vrachtwagen voor.

Dat je dichterbij de mens kwam dan goed voor je was, heeft wellicht te maken dat er mensen zijn die jij en je soortgenoten Mora diepvriesproducten kwamen voeren. Op de Veluwe vonden we bijvoorbeeld hamburgers en frikandellen in het leefgebied van een andere niet-al-te-schuwe wolf.

Toen jij onder ons was, Bram, draaide de wolvenhysterie op volle toeren. Geen dag kon voorbijgaan of we moesten het over de wolf hebben. Wolf gezien. Wolf gefilmd. Wolf bij een fietspad. Wolf doet bek open. Wat vindt Caroline hiervan? En denkt er godverdomme nog iemand aan de kinderen?

Fotografen liepen achter wolven aan om vast te leggen hoe weinig afstand die beesten hielden. En als er even geen wolf beschikbaar was, volstond een hond. Zo haalde de ontsnapte wolfhond Pax het nieuws als wolf bij fietsende kinderen. RTL moest corrigeren. Sorry, verkeerde beest. De paniek mocht blijven.

Zelfs voor dingen die honden deden, konden jullie inmiddels opdraaien.

Je was een heerlijke afleiding. Mest, stikstof, slachthuizen: ingewikkeld allemaal. Jij had een kop waarop we konden richten. Eén dood dier en we hadden tenminste íéts opgelost.

En nu word je opgezet in Naturalis. Waar we gezellig met de kinderen kunnen konden kijken hoe jouw huid om een kunstlichaam werd getrokken. Er konden ook wolvenmaskers worden gemaakt. Leuk voor het hele gezin. Behalve het jouwe dan.

Eindelijk ben je geen probleem meer! Je zult geen mens meer bijten, geen schaap achter een lullig hek meer dood bijten Wij kunnen eindelijk zo dichtbij komen als we zelf willen. Zonder rekening met je te houden. Zonder dat jij terugkijkt en iets van ons verlangt.

Zo hebben we de natuur graag.

Je mag er best zijn, Bram. Zolang jij maar stilstaat terwijl wij ons broodje shoarma eten.

Volgende
Volgende

Ouwehand bij Jinek: waar is dat vuurtje dan?